De eerste tentoonstelling in het najaar brengt twee in hun werk zeer verschillende Franse keramisten samen: Brigitte Pénicaud en Anne Verdier. Beiden zijn in de galerie geen onbekenden, Brigitte Pénicaud nam deel aan onze eerste expositie van Franse keramiek in 1986! Daarna keerde zij terug in 1992 (met Claude Varlan), in 1997 (Amis de France) en in 2003 (met Varlan en Nathalie Montarou).
Anne Verdier verraste met haar onconventionele boekensteunen tijdens de 2e boekensteunenexpositie in 2008.
Brigitte Pénicaud (1954) is autodidacte, ze begon als keramiste in 1971. In 1976 gaat ze samenwerken met Claude Varlan. In 1982 verhuizen ze naar Les Places ( bij Chateauroux) creëren een nieuw atelier en bouwen een driekamer-houtoven.
Het werk van Brigitte wordt op de draaischijf gemaakt en bestaat uit eenvoudige functionele vormen, vazen, kannen, schotels, borden, kommen etc.
Kenmerkend voor haar stijl is de informele dynamische omgang met de klei, een vrij ruwe gressoort die ze zelf samenstelt, en haar vrije stijl van decoreren.
Zij draait de klei zo ver uit tot op de grens van ineenzakken, ze deformeert en brengt het werk uit evenwicht, ze accentueert deuken en bobbels op het oppervlak; zo ontstaat de dynamiek die ze bereiken wil. Aldus vormen de potten een ideale ondergrond voor haar beschildering die wordt gekenmerkt door een muzikale schilderachtigheid. Met een palet van heldere kleuren schildert ze florale en landschappelijke motieven in een vrije stijl die je zou kunnen omschrijven als abstract expressionisme, ritmisch als jazzmuziek met getekende accenten en een losse penseelvoering die soms wel doet denken aan een aquarel.
Anne Verdier (1977) is een experimentele keramiste. Opgeleid tot plantkundige met als specialisatie cellulaire en moleculaire biologie breidt ze nieuwsgierig naar alles wat op haar pad komt, haar interesses uit naar de keramiek. Dat doet ze door naast haar studies avondcursussen in een kunstatelier met klei te gaan werken. De kennismaking met klei wordt voortgezet tijdens zomercursussen en een ontmoeting met de elf jaar oudere keramiste Coralie Courbet. In 2001 gaat ze naar Engeland voor verdere onderzoekingen in de biologie maar ook daar schrijft ze zich in voor een avondcursus in keramiek aan het Langley College in Bracknell waar ze in contact komt met Mary Rogers. Ze bezoekt het V&A Museum en raakt steeds meer onder de indruk van de onbeperkte mogelijkheden van de klei.
Anne Verdier besluit in 2003 om zich geheel aan de keramiek te weiden, neemt ontslag, keert terug naar Frankrijk en schrijft zich in aan het Europees Instituut voor Keramische Kunsten in Guebwiller waar ze onderricht wordt door o.a. Anne Bulliot. Daarna volgt ze een stage bij Jean-François Fouilhoux. In 2005 is ze een poosje ‘artist in resident’ in Wroclaw-Polen en aan het einde van dat jaar beheert ze tijdelijk de ateliers van Claude en Nani Champy die op reis gaan naar Japan. Daar beginnen zich de contouren af te tekenen van waar ze met haar keramiek naar toe wil. Ze verzamelt het afval van de pottenbakkerij en creëert daarmee gerecycleerde keramiek.
Haar ontwikkeling heeft tot doel een verband bloot te leggen tussen het chaotische en het evenwicht. Ze zegt er zelf over dat haar werk gaat om het hart van de materie; het begint met een paar handen vol klei, ruwe gres vol verontreinigingen en steentjes. Dan wordt het dikker er wordt van alles toegevoegd glas, beton, glazuurpoeder nog meer gres; ze geeft zich eraan over, vindt het noodzakelijk.
Dit sculpturale werk bestaat uit volle volumes, het is haar onmogelijk om leegte op te sluiten.
Ze ontwikkelt een vocabulaire waarin de kracht van de expressie ontstaat uit de materie.
Een mengsel van zachte en ruwe klei van binnen, verschillende soorten materiaal op elkaar gestapeld, vervolgens gebakken waarbij sommige delen na het stoken nog zo zacht zijn dat ze het kan uithollen. Het binnenste van haar werk fascineert haar het meest daartoe breekt ze haar stukken zodra ze genoeg zijn afgekoeld, choquerend misschien maar ze verliest haar doel niet uit het oog: ‘Met deze hele melange aan materie een revolutie bewerkstelligen en van daaruit een andere schoonheid doen geboren worden’.